Waarom naar de kerk? (19)

24 december 2011

...aan de rekstok van de liturgie ...

Niet minder dan 21 antwoorden geeft de hervormde theoloog prof. dr. A. A. van Ruler in 1971, in zijn boekje ”Waarom zou ik naar de kerk gaan?” Zijn negentiende antwoord luidt: ”Om weer op toonhoogte te komen”

Niet zo lang geleden zei een predikant –nee, niet ds. Bogerd– naar aanleiding van deze stukjes in ons kerkblad: Ik zou dat boekje van Van Ruler wel in ieders handen willen drukken. Ik ook. Al was het alleen maar omdat het soms zo lastig is om die acht, negen pagina’s van één hoofdstukje in 400, 500 woorden samen te vatten. Dit hoofdstukje: ”Om weer op toonhoogte te komen” is daar bij uitstek een voorbeeld van.

Daarom slechts een paar mooie citaten, in het besef dat Van Ruler zijn punt dus breder en dieper neerzet dan met deze citaten is aangetoond.

Om op toonhoogte te komen, dus. Van Ruler zegt: ”Ik denk aan dat merkwaardige gebaar, dat de dirigent van een koor of orkest maakt, voordat men gaat zingen of spelen. De instrumenten moeten worden gestemd. Dan slaat de dirigent zijn stemvork even aan, hij houdt die bij zijn oor en neuriet de zuivere toon mee. Dat aanslaan van de stemvork en dat houden van de zuivere toon bij het oor –dat is waar het me nu om te doen is. Het is als beeld uitstekend geschikt om uit te drukken waarvoor we naar de kerk gaan.”

Om in de muzieksfeer te blijven: ”Hier ligt ook een echte reden om naar de kerk te gaan. Er zijn heel wat mensen, die nooit naar der kerk gaan, maar met nadruk verklaren, dat ze wel echt godsdienstig zijn. Zij lijken op die mensen die zeggen dat ze dol op muziek zijn, maar nooit naar een concert gaan. Hun liefde voor muziek wordt daardoor rijkelijk twijfelachtig.”

Of, om het positief te zeggen: ”Deze allesomvattende dienst van God noemen wij met een ouderwetse term ”de praktijk van de Godzaligheid”. Dat is inderdaad een verschrikkelijk ouderwetse term. Maar het zou toch erg jammer zijn, als wij hem daarom volledig uit onze taalschat zouden laten wegvallen. Het woord Godzaligheid betekent immers letterlijk: in God gelukkig zijn. Ons geluk en onze gaafheid vinden we in de raad van God en in zijn uitgedrukte raad en in de wil van God, in zijn gebod, zijn wet. Daarin leven wij, bewegen wij ons en zijn wij. De praktijk van de Godzaligheid is daarom en in deze zin onze omgang met God. Ons bestaan zelf is onze omgang met God.”

Laatste citaat: ”We zijn ook zwak en onhandig. We kunnen het nooit helemaal: de Heere God dienen in alles. Daarom is het ook zo gelukkig, dat die bewustwording zich in actieve vorm voltrekt. Het is een heel ding, tijdig op te staan, het huis te verlaten, naar de kerk te gaan en daar een uur lang aan de rekstok van de liturgie te zwaaien. Dat maakt onze geestelijke spieren lenig en we krijgen gaandeweg de reuzenzwaai –want dat is het, dat dienen van God! – te pakken. ”

Ten slotte: de predikant of kerkenraad die Van Rulers boekje ”Waarom zou ik naar de kerk gaan?”, in ieders handen zou wil drukken, heeft echt een probleem. Het is al jaren niet meer verkrijgbaar en zelfs op Marktplaats zijn, nu, maar twee exemplaren te koop.

J. Reijnoudt

Waarom naar de kerk?


Terug naar het nieuwsoverzicht