|
Webontwerp en techniek:
Verrips Digitale Diensten
|
Waarom naar de kerk?
Niet minder dan 21 antwoorden geeft de hervormde theoloog prof. dr. A. A. van Ruler in 1971, in zijn boekje ”Waarom zou ik naar de kerk gaan?” Het afgelopen jaar passeerden alle hoofdstukken de revue. Ten slotte alle antwoorden nog een keer op een rij; met een voor Van Ruler karakteristiek citaat.
- Om een kans op bekering te lopen
”Een mens moet ook dagelijks van zijn diepe goddeloosheid herboren worden.”
- Om een gewoonte vol te houden
”Er worden plooien in het leven gestreken.”
- Om een traditie vol te houden
”De christelijke kerk ligt voor anker in de feiten van de geschiedenis.”
- Om de existentie –het bestaan– ten volle te beleven
”Als men naar de kerk gaat, laat men zijn gewone, dagelijkse leven in de wereld niet achter zich, men laat niets los van zijn zorgen, niets van z’n vreugden, niets van z’n begeerten, niets van z’n verdriet, niets van z’n rijkdom, niets van z’n leegte.”
- Om de arbeid van de lofprijzing te volbrengen
”Laat de preek eens een keer slecht zijn, we zingen dan toch nog een psalm! Dat is toch de essentie van de zaak! Daarin treden we voor het aangezicht van de Schepper en prijzen wij Hem. Dat maakt iedere kerkgang in ieder geval goed.”
- Om het bijschrift bij het plaatje te lezen
”De grote uitwendige wereld is voor God even belangrijk als de kleine inwendige ziel.”
- Om de wereld voor te dragen
”Het gebed is in alle simpelheid dit, dat we de dingen –en dan alle dingen- met God bespreken.”
- Om m’n bestaan tot op de bodem te doorgronden
”De prediking is er niet alleen om Christus en het evangelie te verkondigen, zij is er ook om de mensen aan zichzelf te ontdekken, hem in zijn naaktheid en verlorenheid voor Gods aangezicht te stellen.”
- Om het heil te ontvangen
”Als de dominee dat me niet iedere zondagmorgen met ambtelijk gezag van Godswege zei, dan zou dat voor mij iedere werkdag alleen maar volstrekte waanzin zijn. Ook daarom moet ik om mijns levenswil iedere zondag naar de kerk.”
- Om tot het licht te komen
”Dat is je afwenden van alle ”duisternis, ondoorgrondelijkheid, zwaarmoedigheid en slechtheid” en dan ”binnentreden in het licht. Dat is onze kerkgang!”
- Om in de gemeenschap ingelijfd te worden
”In de doop begint de gemeenschap met Christus. In het avondmaal wordt zij in stand gehouden, gevoed en gevierd.”
- Om in het openbaar het geloof te belijden
”Zoals men naar de bakkerswinkel gaat om brood te halen, precies zo gaat men naar de kerk om gevoed te worden tot het eeuwige leven.”
- Om mijn bijdrage aan de gemeente te leveren
”We leveren een stukje van onze kostbare tijd, aandacht en liefde.”
- Om (eventueel) een ambt te dragen (I)
Om (eventueel) een ambt te dragen (II)
”Het oordeel over de vraag of je geschikt of bekwaam bent voor het ambt, moet je aan de gemeente overlaten. Daarin komt het oordeel van God op je af.”
- Om de zin van de zondag te verwerkelijken.
”Als we slechts zo nu en dan eens naar de kerk gaan, dan beleven we de tijd slordig en slonzig. Er komt chaos in; het ritme is er uit. Daarom ook de muziek, de zang, de klank. De trouwe kerkgang bindt de tijd aaneen tot lied.”
- Om het kerkelijk jaar mee te maken
”Wij zwalken als christenen niet doelloos rond in een duister en onbegrepen heelal, zoals de heidenen. Wij liggen voor anker in de geschiedenis. Eén naam is onze hope, één grond heeft Christus' kerk!”
- Om rust te vinden
”De onrust drijft een mens óf in de krankzinnigheid en de zelfmoord óf naar de kerk.”
- Om gesticht te worden
”De Heilige Geest moet ons met zijn toverstaf in ons innerlijkste zijn aanraken. Dan wordt ineens alles anders.”
- Om weer op toonhoogte te komen
”Aan de rekstok van de liturgie te zwaaien. Dat maakt onze geestelijke spieren lenig en we krijgen gaandeweg de reuzenzwaai – want dat is het, dat dienen van God! – te pakken.”
- Om wegwijs gemaakt te worden
”Het leven is een vreemde reis, ons hart een donker ding.” (Van Ruler citeert Martinus Nijhoff.)
- Om de verlossing van de wereld te vieren.
”De meest wezenlijke vorm van de christelijke existentie (ons bestaan) is toch dit naar buiten barstende binnenpretje over de verlossing van de wereld.”
|