Waarom naar de kerk? (18)

9 december 2011

als een levende steen…

Niet minder dan 21 antwoorden geeft de hervormde theoloog prof. dr. A. A. van Ruler in 1971, in zijn boekje "Waarom zou ik naar de kerk gaan?" Zijn achttiende antwoord luidt: "Om gesticht te worden."

Daarmee zijn we bij een hachelijk onderwerp aangekomen, stelt Van Ruler. "Als er een ding is waaraan de moderne mens het land heeft, dan is het wel aan stichtelijkheid. Hij vindt dat een onwezenlijke, kwezelachtige zaak. " Daarom is het goed dat woord van dichtbij te bekijken; dan valt het ook best wel weer mee. Van Ruler: "Wat is stichtelijk? Datgene wat sticht, wat iets tot stand brengt, wat opbouwt. Een huis, een gebouw wordt gesticht. In de nieuwtestamentische beeldspraak is er ook sprake van de opbouw van het lichaam."

En dat gaat dieper dan de buitenkant waarbij je kunt denken aan het stichten van een gemeente. "Het is ook een ingevoegd en opgebouwd worden in Christus. In Hem moeten we als een levende steen -de beeldspraak is uitbundig in het nieuwe testament- ingemetseld worden. "

Van Ruler bepleit vooral de persoonlijke stichting "van de enkele mens". "Hij zit daar -wat zijn hart betreft- moederziel alleen in de gemeenschap van de gemeente. Wat gebeurt er met hem? Gaat hij weer net zo de kerk uit als hij er binnengekomen is? Of wordt hij gesticht? Wordt hij -geestelijke armoedzaaier, want dat zijn we toch allemaal: arme bedelaars! - opgebouwd in het geloof?"

Ook in dit achttiende hoofdstukje komt Van Ruler weer op dreef, als schreef hij het eerste of tweede stukje van zijn boek. Met dat opgebouwd worden in het geloof, schrijft hij: "Daar kan echt een leven mee gevuld worden. De mens moet worden ingeleid in al de rijkdommen van de Schrift en de traditie. Die rijkdommen zijn zo fantastisch, in aantal en omvang, in schoonheid en kwaliteit, daar raakt men nooit op uitgekeken. "

Daar komt bij: “Het hart is maar een wankelmoedig ding. Het vertrouwt het nooit helemaal. De zaak is ook ongelooflijk. Dat de wereld en het leven verlost en -nog dieper, in zichzelf goed en schoon zouden zijn- wie heeft daar vat aan, wie kan het vasthouden? Het wantrouwen van het hart en de grootheid van de zaak! Die twee samen maken die regelmatige training van de wekelijkse kerkgang onontbeerlijk!"

Hier stopt dit stukje, natuurlijk. Het is immers duidelijk: Waarom ga je naar de kerk? Daarom; om zó gesticht te worden. Toch nog twee citaten uit volgende pagina’s. Eenvoudig om dat ze zo veelzeggend zijn dat iedereen ze eigenlijk gelezen moet hebben. "De Heilige Geest moet ons met zijn toverstaf in ons innerlijkste zijn aanraken. Dan wordt ineens alles anders. De schellen vallen ons van de ogen. We staren in een stralend licht. De verharding van het hart wordt verbroken. We komen in een onmetelijke verwondering en vertedering. We staan totaal in de ruimte."

En het tweede, aansluitende citaat: "Ik noem het bevrediging en verzadiging. Zo ver kan het met een mens komen. Bernardus Smytegelt (1665-1739) roept ergens in opperste verbazing uit: Mag ik in U, mijn God al mijn lust voldaan en bevredigd vinden? " En daarbij zegt Van Ruler dan: "Dat is het! De leegte van het hart is in wezen een smachtende begeerte. Die kan totaal voldaan worden. Dat is het opperste van alle stichtelijkheid. Om dat te bereiken - ook daarvoor kan men naar de kerk gaan. "

Machtig wonder, dat we allemaal elke zondag welkom zijn bij God, in zijn huis.

J. Reijnoudt

Waarom naar de kerk?


Terug naar het nieuwsoverzicht