Waarom naar de kerk? (17)

11 november 2011

...hoe krijg ik een genadig God...

Niet minder dan 21 antwoorden geeft de hervormde theoloog prof. dr. A. A. van Ruler in 1971, in zijn boekje ”Waarom zou ik naar de kerk gaan? ” We zijn toe aan ’t zeventiende: ”Om rust te vinden”.

Wie wil dat niet? Al in de jaren zestig van de vorige eeuw maakt Van Ruler het mee: "De hele week zijn we ingespannen bezig met ons werk, ondergaan we het geweld van de moderne massa-communicatiemiddelen, worden we gedrukt door de situatie waarin de wereld internationaal-politiek zich bevindt en tobben we om de kleine en grote problemen van het gezinsleven."

In de kerk zijn we dan wel even uit de wereld, maar we nemen die ook mee: "We dragen haar voor aan God en dat voordragen is bijna een overdragen."

En we mogen dan in de kerk tot rust komen, we zijn er niet om uit te rusten. Van Ruler: "In de kerkdienst komt de mens, als het goed is, tot zijn opperste activiteit: tot de heilige arbeid van de lofprijzing."

Terugkomend op de wereld, zegt Van Ruler diepe dingen over die wereld, over de mens en over de rust. Een lang citaat, daarom.

”Maar als we goed over deze grote wereldproblemen nadenken, worden we toch meteen ook weer op onszelf teruggeworpen? Waar schuilt het kwaad eigenlijk? Wij zijn toch zondaren? Dat kunnen we huiverend ontdekken. In onze tijd hebben de meeste mensen daar niet meer zo machtig veel last van. In de zestiende eeuw was dat anders. Toen was de gewetensnood over het eigen zondaar zijn– om zo te zeggen massaal. Luther beleefde het in alle hevigheid. Hoe krijg ik een genadig God? Maar kennelijk leeft het ook in de brede massa. Waarom zou dat nu niet kunnen? Laat het niet zo massaal zijn. Maar is er perse niet één enkele mens onder ons, die in deze diepste onrust over zichzelf verkeert? Deze onrust drijft een mens òf in de krankzinnigheid en de zelfmoord òf naar de kerk. Als hij naar de kerk gaat, dan wil hij twee dingen. In de eerste plaats wil hij dat zondaar zijn helemaal tot op de grond doorleven. In de tweede plaats wil hij het heil ontvangen. Het heil is de redding en de verlossing: de verzoening van de schuld, de vergeving van de zonde, het behoud uit de eeuwige verlorenheid. Een mens wordt daardoor in de ruimte gezet. Hij wordt verwijd. Dan kan hij weer ademhalen. Hoe dieper men ademt, des te rustiger wordt men. Langs deze weg, de weg van de ontdekking van de zonde en van het ontvangen van het heil vindt men in de kerk een rust waarvan de afmetingen moeilijk te schatten zijn. Daarom is het echt de moeite waard met deze bedoeling naar de kerk te gaan; om deze rust te vinden.”

Wie wil dat niet?

J. Reijnoudt

Waarom naar de kerk?


Terug naar het nieuwsoverzicht