Waarom naar de kerk? (16)

28 oktober 2011

...we zwalken niet doelloos rond...

Niet minder dan 21 antwoorden geeft de hervormde theoloog prof. dr. A. A. van Ruler in 1971, in zijn boekje ”Waarom zou ik naar de kerk gaan?” In deze serie zijn we toe aan ’t zestiende: ”Om het kerkelijk jaar mee te maken”, staat er boven dat hoofdstuk.

Het kerkelijke jaar, zegt Van Ruler, bestaat goedbeschouwd uitsluitend uit een reeks van feesten. ”Het feest van het heil dat wij als christenen en als kerk vieren, is centraal het feest van de opstanding. Wij vieren dat feest van de opstanding eigenlijk elke zondag. Elke zondag is een Paasfeest in het klein. Maar al vrij spoedig heeft de christenheid er behoefte aan gevoeld, dat feest ook nog eens een keer apart en opzettelijk te vieren, één keer in het jaar. Toen het paasfeest er eenmaal was, kwamen de andere feesten vanzelf. Pasen is historisch gezien de kiem van het hele kerkelijke jaar.”

Van Ruler erkent: ”Het blijft moeilijk een hechte Bijbelse grondslag te vinden voor het christelijke kerkelijke jaar. Het stamt meer uit de traditie dan uit de Schrift.”

Dan nog zijn er genoeg redenen om vast te houden aan de viering van het kerkelijke jaar, vindt hij.
Van Ruler noemt er een aantal; bijvoorbeeld dat onze zaligheid in Christus een historische werkelijkheid is. Hij zegt dat, beeldend, zo: ”Wij zwalken als christenen niet doelloos rond in een duister en onbegrepen heelal, zoals de heidenen. Wij zwoegen ook niet, als de joden, door de woestijn van deze wereldtijd, alleen maar op weg naar de messiaanse toekomst. Wij liggen voor anker in de geschiedenis. Eén naam is onze hope, één grond heeft Christus' kerk! In het verleden, in Palestina - daar en toen is het gebeurd, het eigenlijke, waarin en waardoor wij voor tijd en eeuwigheid behouden zijn. Op dat verleden moeten we ons telkens weer richten. Wij vieren het in onze feesten.”

Van Ruler zou Van Ruler niet zijn als hij bij het kerkelijke jaar niet ook een pleidooi voor de wekelijks weerkerende kerkgang zou houden. ”Om dat kerkelijke jaar en het ritme daarvan ten volle mee te maken, moet men werkelijk regelmatig, dus zonder ooit één keer over te slaan, naar de kerk gaan. Juist niet alleen op de hoogfeesten. Maar ook op de andere zondagen. Anders ervaart men de verschillen niet en mist men juist het ritme.”

J. Reijnoudt

Waarom naar de kerk?


Terug naar het nieuwsoverzicht