Waarom naar de kerk? (14-2)

30 september 2011

...er is geen vrijmoedigheid nodig...

Niet minder dan 21 antwoorden geeft de hervormde theoloog prof. dr. A. A. van Ruler in 1971, in zijn boekje ”Waarom zou ik naar de kerk gaan? ”Om (eventueel) een ambt te dragen”, is zijn veertiende punt.

Van Ruler somt daar acht ”wonderbaarlijke mogelijkheden” op. Wij houden het, vanwege de ruimte, bij vijf.

De eerste: Alle ‘gewone’ gemeenteleden kunnen tot een ambt worden geroepen. Natuurlijk, ze moeten aan bepaalde voorwaarden voldoen, maar, zegt Van Ruler: ”Deze geestelijkheid vormt niet een aparte, gesloten stand. Iedereen kan er, om zo te zeggen, in en uit lopen.”

Een tweede feit is dat niet alle ambtsdragers theologen zijn. De grote theoloog Van Ruler zegt daar van: ”Dat is een enorme zegen. De theologie heeft uiteraard iets zeer eenzijdigs. Bovendien heeft ze heel makkelijk iets heerszuchtigs. Maar in ons systeem van kerkrecht is de leiding van de gemeente in handen van de dienaren van het Woord, de ouderlingen en de diakenen. De beide laatste groepen houden de zaak in evenwicht.”

In de derde plaats is er de tijdelijkheid van het ambt. ”Men wordt voor, zeg, vier jaar gekozen tot ouderling of diaken. Dat kan dan nog één of twee maal herhaald worden. Dan wil God je niet langer gebruiken. Dat is het wezen van het ambt: dat God je als zijn instrument wil gebruiken. Dat willen is een actueel willen: nu wil Hij het en dan nog een hele poos en dan niet meer.”

Een vierde gegeven: ”Het is de gemeente die verkiest en roept. Zij merkt de gaven op. Die kun je zelf eigenlijk niet goed opmerken, evenmin als je je eigen gezicht kunt zien. Het oordeel over de vraag of je geschikt of bekwaam bent voor het ambt, moet je aan de gemeente overlaten. Daarin komt het oordeel van God op je af. Er is dan ook eigenlijk geen ”vrijmoedigheid” voor nodig om het ambt te aanvaarden. Als je er toe geroepen wordt, spreekt het vanzelf, dat je het aanneemt”, schrijft Van Ruler…

Hij sluit zijn opsomming af met de kerkenraad en zijn vergadering: ”Zo’n kerkenraad is niet een bestuur van een vereniging dat een vrijgestelde, de dominee, onder zich heeft. Met name de kerkvoogden, maar ook alle heerszuchtige ouderlingen en diakenen moeten dat goed in het oog houden. In de kerkenraad komen de drie gelijkwaardige ambten bijeen. Zij overleggen met elkaar. Zij beraadslagen. Zij zijn echt een ”raad”. En zo komen zij –als het goed is– tot ”overeenstemming”. Dan vallen de beslissingen. Zo regeert Christus zijn kerk.”

J. Reijnoudt

Waarom naar de kerk?


Terug naar het nieuwsoverzicht