Waarom naar de kerk? (11)

22 juli 2011

…doodgewone en bizarre kerkmensen…

Niet minder dan 21 antwoorden geeft de hervormde theoloog prof. dr. A. A. van Ruler in 1971, in zijn boekje ”Waarom zou ik naar de kerk gaan? In deze serie zijn we toe aan ’t elfde: ”Om in de gemeenschap ingelijfd te worden”, staat er boven dat hoofdstuk.

Je neemt aan verschillende gemeenschappen deel als je naar de kerk gaat, zegt Van Ruler: een hele belangrijke is die met Christus. ”Wij zijn dan, zoals het Nieuwe Testament het uitdrukt, in Christus. De nationaal-socialisten waren ”in Hitler”; zij leefden en stierven in hem. Tegenwoordig zijn er mensen die zeggen dat ze ”in Lou de palingboer” zijn. Volgens het apostolische evangelie zijn wij echter in Christus.”

Hoe kom je zover, vraagt Van Ruler zijn lezers? Hij vergelijkt het met de weg tot een huwelijk. ”Zo is het ook in de kerkdienst. Daar zijn er ook twee: de gemeente en Christus; het volk en God. Zij moeten elkaar ontmoeten. De vraag en het antwoord moeten tussen beiden heen en weer gaan. Een mens moet daarin tot bruid, tot gemeente, tot volk van God gemáákt worden. In de ambten treedt God zelf, God-in-Christus, Christus op ons toe. Hij doet het huwelijksaanzoek. Dat is de preek. In de preek vraagt God om de hand van de mens! Het kan gebeuren, dat de mens die hand geeft, het ja-woord schenkt, bruid van de bruidegom wordt. In principe gebeurt het dan: de inlijving, de vereniging, de gemeenschap, de eenheid.”

Maar het ja-woord op zich is slechts het begin van het huwelijksleven; in het verdere leven met God, spelen de sacramenten een belangrijke rol. ”In de doop begint de gemeenschap met Christus. In het avondmaal wordt zij in stand gehouden, gevoed en gevierd. ” Van Ruler voegt daaraan toe: ”Het is volstrekt normaal, dat een mens, die in Christus geloofd, het avondmaal viert, zo vaak daarvoor de gelegenheid is. Elke avondmaalsmijding –uit geestelijke onzekerheid, uit heilige schroom, uit burgerlijke oppervlakkigheid, uit doodgewone sleur– is alleen maar verkeerd. De bruid wil nu eenmaal graag met de bruidegom verkeren. Niet dat we als gelovigen nu permanent in zo’n verliefde bui zijn. Maar ook hier geldt wat we veel eerder opmerkten over de gewoonte: er zijn niet alleen de twee uitersten van behoefte en sleur, daartussenin zitten ook de elementen van stijl, plicht en roeping en in wezen is het een zaak van geestelijk plezier.”

En dan is er ook nog de gemeenschap van gelovigen waarin je ingelijfd wordt als je naar de kerk gaat. Wie klaagt over gebrek aan saamhorigheid is bij Van Ruler aan het verkeerde adres. ”We moeten deze gemeenschap met elkaar niet verburgerlijken. Daar ga ik op m’n eentje naar de kerk; ik ken niemand van de andere kerkgangers; ze groeten zelfs nauwelijks. Wat dat betreft ga ik er even eenzaam weer uit als ik er in ging. Is dat zo? Ben ik niet in de gemeenschap van de heiligen geweest? Hebben we niet samen gezongen, gebeden, beleden? Ruisten niet dezelfde oude woorden over onze hoofden? Zaten we niet aan één tafel? Laat er aan de oppervlakte iets anoniems in zitten. We kenden elkaars namen niet eens. Maar samen kenden en belden we de ene naam.”

Hoe dan ook, probeert Van Ruler duidelijk te maken: ”Doet men openbare belijdenis van het geloof en treedt men toe tot de kerk, dan gaan men ook lief en leed, alle lusten en lasten van de kerk delen. Men vindt er een massa dingen, bijzonder fraaie en bijzonder kwalijke. Men vindt er bijvoorbeeld het dogma en het kerkrecht. Men vindt er het hele, omvangrijke kerkelijke bedrijf en –niet te vergeten– de doodgewone en bizarre kerkmensen. Wie daarvoor zijn neus ophaalt, die is er nog niet. De kerk is de plaats waar Christus met zondaren wil samenwonen. Daar moet een mens zijn blijvende intrek nemen, anders blijft hij ronddolen in de woestijn van de verlorenheid. Men kan zich dat niet nuchter en eenvoudig genoeg voorstellen. Het is echt niet puur voor je genoegen, dat je lidmaat –en dan uiteraard actief lidmaat– van de kerk bent. Er zit ook veel verdriet en ergernis in. Maar het hoort er nu eenmaal wezenlijk bij. Buiten de kerk is geen zaligheid en zonder de kerk kan een mens niet geloven, althans niet in christelijke zin. ”

J. Reijnoudt

Waarom naar de kerk?


Terug naar het nieuwsoverzicht