Waarom naar de kerk? (6)

15 april 2011

Waarom zou ik naar de kerk gaan? Om het bijschrift bij het plaatje te lezen, schreef de hervormde theoloog prof. dr. A. A. van Ruler in 1971. Het plaatje, dat is de wereld van alledag. Een bijschrift staat daar niet bij. Wat dat betreft lijkt de wereld veel op een cartoon, zegt Van Ruler. Je moet maar raden wat zo’n spotprent voorstelt; je ziet het ineens, of je hebt het helemaal niet door.

Die wereld van vandaag is er in ”duizendvormigheid”; anno 2011 bijvoorbeeld in de gebeurtenissen in Japan, het Midden-Oosten en Alphen aan den Rijn. En ze is er ook in de vorm van je persoonlijke vreugde en zorg. Vergis je niet, wil Van Ruler in dit hoofdstukje in zijn boek onderstrepen: je neemt jezelf mee naar de kerk en daarmee ook alles om je heen. ”De grote uitwendige wereld is voor God even belangrijk als de kleine inwendige ziel.”

In het bijschrift bij dat plaatje van de werkelijkheid van alledag staan voor Van Ruler -en voor ons, kerkgangers- woorden als schepping, zonde, verlossing en rijk. Schepping, want de wereld is de door God geschapen en in stand gehouden werkelijkheid. Zonde, want alle raadselachtigheid om ons heen is te herleiden tot de zonde van de mens en de toorn van God. Verlossing, omdat er een offer ter verzoening is gebracht. ”Door dat alles zijn we verlost en zullen we verlost worden en verlost blijken te zijn.” Ten slotte staat ook het woord rijk in het bijschrift. De wereld, dat is immers het rijk van God.

Van Ruler vat het allemaal zo samen: ”Om de kerkdienst ten volle te beleven, moet men juist de wereld meenemen naar de kerk. En om de wereld als rijk van God te beleven, moet men naar de kerk gaan. Wie niet meer naar de kerk gaat, staat op een smakeloos dieet; hij mist het zout in het eten van het wereldlijke leven.”

J. Reijnoudt

Zie ook:


Terug naar het nieuwsoverzicht