Waarom naar de kerk? (5)

30 maart 2011

Waarom zou ik naar de kerk gaan? Om te zingen, schreef de hervormde theoloog prof.dr. A.A. van Ruler in 1971. Hij zei, om precies te zijn: ”Om de arbeid van de lofprijzing te volbrengen”; dat is de titel van het vijfde hoofdstuk in zijn boekje ”Waarom zou ik naar de kerk gaan?”

Van Ruler geeft hoog op over het zingen van een lied. ”De kerkdienst, de liturgie is in haar kern de volbrenging van de lofprijzing”. Hij kiest dan ook bewust niet voor het woord zingen, maar voor lofprijzing. ”Daarin zitten al twee woorden: loven en prijzen. Zij zijn samengesmolten in het ene woord lof-prijzing. Daardoor heeft het iets overdadigs en uitbundigs”.

Zingen dient niet als onderbreking van het luisteren, stelt Van Ruler. ”Het is een eigen en wezenlijk element in de liturgie. Wanneer we daarover nadenken vallen we van de ene verwondering in de andere.”

Die verwondering loopt voor de hoogleraar uit op: ”We zingen niet om te zingen. Dat zou zangcultuur zijn. Daarvan geen kwaad woord! Maar we zingen om God te prijzen. Het is een zingen tot God. Daarom heeft het ook iets van een zingen tot in alle eeuwigheid. We zingen samen met de tienduizend maal tienduizenden engelen. Het hele heelal wordt dan door ons als lied beleefd.”

In het zingen zit ook een wederkerigheid, zegt Van Ruler. ”De mens verheugt zich over God en al Zijn werken. Maar daar staat tegenover dat ook God zich verheugt; over Zichzelf en over al Zijn werken. Hij verheugt Zich ook over de mens en vooral over zijn vreugde. Dat is een onmetelijk binnenpretje: bij zichzelf te bedenken dat de Eeuwige plezier over mij en mijn plezier heeft.”

Die vreugde, die is er over het zijn, over het mogen leven, zegt Van Ruler, maar dat is niet nog niet alles. “We liggen in een eeuwige verlorenheid. Het evangelie is de boodschap van de verlossing uit deze verlorenheid. Ook daarover gaat de lofprijzing. In de lofprijzing over het heil zit een siddering van schrik. Met knikkende knieën staat de drenkeling, die zojuist uit het water is gehaald, op het droge. Bijna was hij verdronken.”

J. Reijnoudt

Zie ook:


Terug naar het nieuwsoverzicht