Waarom naar de kerk? (3)

1 maart 2011

Waarom zou ik naar de kerk gaan? Die vraag beantwoordde de hervormde theoloog prof. dr. A. A. van Ruler in 1971 met zeventien antwoorden in evenzoveel hoofdstukken van een lezenswaardig boekje. We volgen hem in deze serie op de voet; nu in hoofdstuk 3, waar boven staat: Om een traditie voort te zetten.

Traditie, dat is nog steeds buitenkant. Die schijn heeft het tenminste, zegt Van Ruler voorzichtig. En, geeft hij toe, het lijkt ook wel veel op het vorige argument: ”Om een gewoonte vol te houden”.

Toch; traditie is meer en gaat dieper. Daarom is het ook zeker geen buitenkant. Van Ruler stelt dat met stevige woorden als deze: ”De christelijke kerk ligt voor anker in de feiten van de geschiedenis. Zij moet ook steeds en vooral naar het verleden verwijzen en steeds ook leven in het ”doet dit tot mijn gedachtenis.”

Dat brengt Van Ruler tot de conclusie: ”Als het heil historische werkelijkheid is en als de kerk de gemeenschap met dit heil is, dan is er buiten de kerk geen heil. De overweging dat men naar de kerk gaat om de traditie voort te zetten, wordt dan tot haar allerhoogste betekenis en spanning opgevoerd. Traditie is dan: overleveren, doorgeven, meedelen van de werkelijkheid van het verloste, nieuwe, eeuwige leven. Het gaat om meer dan woorden, waarheden en leerstellingen. Het gaat om de werkelijkheid van het eeuwige leven. Om de traditie daarvan voort te zetten en om in de traditie daarvan te delen, daarom gaat men naar de kerk!”.

Traditie heeft dus veel meer met inhoud dan met vorm te maken. De inhoud van de kerkdienst: het lezen van de Schrift, het preken en de bediening van de sacramenten; dat is geen uitvinding van de protestantse kerk, of zo. Johannes de Doper, Jezus en de apostelen deden het al. In die traditie staan we en die zetten we voort, in elke kerkdienst.

J. Reijnoudt

Zie ook:


Terug naar het nieuwsoverzicht