Waarom naar de kerk?

1 februari 2011

Waarom zou ik naar de kerk gaan? Dat is de vraag in het voorwoord van onze jaargids. Daar is ook een serie antwoorden beloofd, vanuit het boekje van prof.dr. A. A. van Ruler, dat die vraag als titel heeft. Zijn eerste antwoord is: Om een kans op bekering te lopen.

De hervormde theoloog schrijft in 1971, al heen en weer denkend over het begrip bekering, ‘dat men naar de kerk gaat omdat men zo de kans loopt dat hét gebeurt: dat men –in de kern van zijn hart– getroffen, dat men van binnen aangeraakt, dat men innerlijk krachtdadig omgezet wordt! Men wordt dan een ander mens, een bekeerd mens.’

Van Ruler is een deel van zijn lezers voor met de gedachte: ‘Doet dat niet verschrikkelijk ouderwets aan?’ Hij zegt dan: ‘Is dat zo? Ik meen van niet. Ik ben van oordeel dat deze ouderwetse vraagstellingen griezelig actueel zijn. Is de mens zelf niet het allereigenlijkste probleem, waarmee hij omtobt? Moet hij niet met zichzelf in het reine komen, vrede vinden, verzoend worden, zo dat hij zichzelf totaal aanvaart? En is de kern van de moeilijkheden die hij ondervindt om zo ver te komen, niet gelegen in zijn geweten, in het bewustzijn dat hij mis is (geweest), in zijn schuld? Moet niet ook zijn schuld verzoend worden? Is dat niet de eigenlijke vraag voor elk mens: hoe vind ik een genadige God? Hoe worden God en ik met elkaar verzoend? Hoe wordt God verzoend?’

In de afronding van zijn eerste antwoord schrijft Van Ruler: ”Ook het alleruiterste is mogelijk: dat een mens echt en volledig tot verruiming, tot bevrijding komt en echt een door Christus verlost bestaan gaat leiden, een binnenpretje over alles gaat krijgen en –door alles heen– gelukkig is.”

J. Reijnoudt


Terug naar het nieuwsoverzicht